← Library

File 1 — Mysteries · Grammatica · uitleg

Either – or / neither – nor / both

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Als er sprake is van een keuze tussen twee dingen of personen, gebruik je either … or (bevestigend: óf het één óf het ander) of neither … nor (ontkennend: noch het één, noch het ander). Met both … and geef je aan dat er géén keuze hoeft te worden gemaakt: allebei.

Let op het werkwoord. Zijn beide elementen waaruit je kiest enkelvoud, dan staat het werkwoord in het enkelvoud. Is één van de elementen meervoud (of zijn ze het allebei), dan staat het werkwoord in het meervoud.

Either en neither kunnen ook zonder or / nor voorkomen: 'Either actor will do' (het maakt niet uit welke) en 'Neither of them' (geen van beiden).

Vorm either … or = óf … óf · neither … nor = noch … noch · both … and = zowel … als

either … or → bevestigende keuze

Óf het één, óf het ander.

  • Either your sister or your brother is allowed to come with you.
  • Is the invitation for either my father or my mother?

neither … nor → ontkennende keuze

Noch het één, noch het ander. De zin is al ontkennend — er komt geen 'not' bij.

  • Neither my sisters nor my brothers have any interest in politics.
  • She speaks neither French nor German.

both … and → geen keuze nodig

Allebei.

  • No worries, both your father and your mother may come.
  • I like both cats and dogs.

Enkelvoud of meervoud?

Beide elementen enkelvoud → enkelvoud. Eén (of beide) meervoud → meervoud.

  • Either your father or your mother has to pick you up. (beide enkelvoud → has)
  • Neither my brother nor my parents have any interest in football. (één meervoud → have)
  • Either the visiting fans or our own fans have to swallow their pride. (beide meervoud → have)

Zonder or / nor

Either, neither en both kunnen ook alleen staan.

  • We have two actors left. Which one do you prefer?
  • Either actor will do, I have no preference.
  • Both are equally qualified for the role.
  • Neither of them, I think they are both underqualified.

Let op neither … nor is al ontkennend: geen 'don't' of 'not' erbij. Fout: 'I don't like neither tea nor coffee' → goed: 'I like neither tea nor coffee.' Onthoud ook: either hoort bij or, neither bij nor, both bij and.