De woorden van Part A (Can You Give a Description?), beide kanten op (Engels ↔ Nederlands). In het oefenen zie je de voorbeeldzin uit je boek als hint. Ga je een woord fout? Dan komt het terug tot je het goed hebt. Leer ze eerst via de leerlijst hierboven.
Leerlijst — Nederlands → Engels
- aansprakelijkheid / verantwoordelijkheid
- accountability
- tegenslag / tegenspoed
- adversity
- onthutsend / verschrikkelijk / afschuwelijk
- appalling
- benadering / aanpak
- approach
- brutaal / schaamteloos
- brazen
- omstander / toeschouwer
- bystander
- camerabewaking / cameratoezicht
- CCTV
- uitdagend
- challenging
- gezamenlijk / collectief
- collectively
- toewijding / inzet
- commitment
- geschikt / passend / handig
- convenient
- een misdaadgolf / misdaadgolf
- crime spree
- beschrijving / omschrijving
- description
- vanwege / door / als gevolg van
- due to
- woest / fel
- ferocious
- panisch / radeloos
- frantic
- verzekeraar
- insurer
- betrokkenheid
- involvement
- jeugdige / jeugdig / minderjarige
- juvenile
- tekort aan / gebrek aan
- lack of
- gezagsgetrouwe / gezagsgetrouw / wetsgetrouw
- law-abiding
- handgemeen / vechtpartij
- melee
- overtreder / dader
- offender
- op het bezit van / wegens het bezit van
- on possession of
- op verdenking van
- on suspicion of
- gefaseerde / gefaseerd
- phased
- lichamelijk / lichamelijke / fysiek
- physical
- perron
- platform
- gevangene
- prisoner
- reclasseringsambtenaar
- probation officer
- aanklager / officier van justitie
- prosecutor
- de mensen / het publiek / publiek / openbaar
- public
- een verslag / aangifte / melding / verslag
- a report
- rehabilitatie / herstel
- restitution
- toename / stijging
- rise
- beroving / diefstal / overval
- robbery
- eigen baas / zelfstandig
- self-employed
- eigenhandig / in je eentje
- singlehandedly
- verklaring
- statement
- verdachte
- suspect
- waarschuwen / alarmeren
- to alert
- aanhouden / arresteren
- to apprehend
- aanhouden / arresteren
- to arrest
- beoordelen
- to assess
- betrokken zijn bij
- to be involved in
- in de gevangenis gezet worden / de gevangenis in gaan
- to be jailed
- zwaaien met
- to brandish
- begaan / plegen
- to commit
- vasthouden / aanhouden
- to detain
- verwijderen / elimineren / uitschakelen
- to eliminate
- worstelen
- to grapple
- veroorzaken / aanrichten / toebrengen
- to inflict
- integreren
- to integrate
- ondervragen / verhoren
- to interrogate
- verontschuldigingen aanbieden / excuses aanbieden
- to offer apologies
- overmeesteren
- to overpower
- voortbewegen / voortstuwen
- to propel
- achtervolgen
- to pursue
- vinden / achterhalen / terugvinden
- to recover
- verwijzen / doorverwijzen
- to refer
- vrijlaten
- to release
- tegenwerken / weerstand bieden / zich verzetten
- to resist
- veroordelen
- to sentence
- pakken / grissen / graaien
- to snatch
- oplossen
- to solve
- zien / opmerken
- to spot
- steken / neersteken
- to stab
- dwarsbomen / verijdelen
- to thwart
- locatie / verblijfplaats
- whereabouts
Zo leer je Dek de Engelse kant af en overhoor jezelf. Ga daarna oefenen en herhaal de woorden die fout gingen — let op de spelling.