← Library

File 2 — Crime and Justice · Woordenschat · leerlijst

Words & Phrases — Part A

  1. 1Leerlijst
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

De woorden van Part A (Can You Give a Description?), beide kanten op (Engels ↔ Nederlands). In het oefenen zie je de voorbeeldzin uit je boek als hint. Ga je een woord fout? Dan komt het terug tot je het goed hebt. Leer ze eerst via de leerlijst hierboven.

Leerlijst — Nederlands → Engels

aansprakelijkheid / verantwoordelijkheid
accountability
tegenslag / tegenspoed
adversity
onthutsend / verschrikkelijk / afschuwelijk
appalling
benadering / aanpak
approach
brutaal / schaamteloos
brazen
omstander / toeschouwer
bystander
camerabewaking / cameratoezicht
CCTV
uitdagend
challenging
gezamenlijk / collectief
collectively
toewijding / inzet
commitment
geschikt / passend / handig
convenient
een misdaadgolf / misdaadgolf
crime spree
beschrijving / omschrijving
description
vanwege / door / als gevolg van
due to
woest / fel
ferocious
panisch / radeloos
frantic
verzekeraar
insurer
betrokkenheid
involvement
jeugdige / jeugdig / minderjarige
juvenile
tekort aan / gebrek aan
lack of
gezagsgetrouwe / gezagsgetrouw / wetsgetrouw
law-abiding
handgemeen / vechtpartij
melee
overtreder / dader
offender
op het bezit van / wegens het bezit van
on possession of
op verdenking van
on suspicion of
gefaseerde / gefaseerd
phased
lichamelijk / lichamelijke / fysiek
physical
perron
platform
gevangene
prisoner
reclasseringsambtenaar
probation officer
aanklager / officier van justitie
prosecutor
de mensen / het publiek / publiek / openbaar
public
een verslag / aangifte / melding / verslag
a report
rehabilitatie / herstel
restitution
toename / stijging
rise
beroving / diefstal / overval
robbery
eigen baas / zelfstandig
self-employed
eigenhandig / in je eentje
singlehandedly
verklaring
statement
verdachte
suspect
waarschuwen / alarmeren
to alert
aanhouden / arresteren
to apprehend
aanhouden / arresteren
to arrest
beoordelen
to assess
betrokken zijn bij
to be involved in
in de gevangenis gezet worden / de gevangenis in gaan
to be jailed
zwaaien met
to brandish
begaan / plegen
to commit
vasthouden / aanhouden
to detain
verwijderen / elimineren / uitschakelen
to eliminate
worstelen
to grapple
veroorzaken / aanrichten / toebrengen
to inflict
integreren
to integrate
ondervragen / verhoren
to interrogate
verontschuldigingen aanbieden / excuses aanbieden
to offer apologies
overmeesteren
to overpower
voortbewegen / voortstuwen
to propel
achtervolgen
to pursue
vinden / achterhalen / terugvinden
to recover
verwijzen / doorverwijzen
to refer
vrijlaten
to release
tegenwerken / weerstand bieden / zich verzetten
to resist
veroordelen
to sentence
pakken / grissen / graaien
to snatch
oplossen
to solve
zien / opmerken
to spot
steken / neersteken
to stab
dwarsbomen / verijdelen
to thwart
locatie / verblijfplaats
whereabouts

Zo leer je Dek de Engelse kant af en overhoor jezelf. Ga daarna oefenen en herhaal de woorden die fout gingen — let op de spelling.