← Inhoudsopgave

Woordenschat · uitleg

Adjectives — tegenstellingen

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Bijvoeglijke naamwoorden (adjectives) geven informatie over een zelfstandig naamwoord: a big house, a happy child.

De meeste hebben een tegenovergestelde (een antoniem): big ↔ small, happy ↔ sad.

Veelvoorkomende tegenstellingen

  • big ↔ small
  • happy ↔ sad
  • hot ↔ cold
  • good ↔ bad
  • rich ↔ poor

Gradeerbaar

De meeste kun je versterken.

  • very small
  • quite hot
  • extremely cold

Niet-gradeerbaar

Soorten/typen niet — dus niet 'very organic'.

  • organic vegetables
  • wild salmon

Let op Een adjective beschrijft een zelfstandig naamwoord; let op het verschil met het bijwoord (quick → quickly).