Engels oefenen · NL ↔ EN

Word beter in Engels.

Woordjes, werkwoorden en grammatica met directe feedback — en een echt cijfer als je een toets maakt.

Begin met oefenen Hoe werkt het?
71
sets
1263
opgaven
1–10
cijfer

De inhoudsopgave

Kies een onderwerp · 71 sets

Grammatica

Grammatica 15 opgaven

For, since en ago

tijdsduur, startpunt of terugtellen?

Makkelijk
Grammatica 12 opgaven

Grammatica — Kiezen maar

a/an, some/any, much/many en meer

Makkelijk
Grammatica 12 opgaven

Lidwoorden: a / an / the

Wanneer welk lidwoord?

Makkelijk
Grammatica 34 opgaven

Past Simple

De verleden tijd vormen (regelmatig + onregelmatig)

Makkelijk
Grammatica 12 opgaven

Present Simple

Alleen de tegenwoordige tijd: -s, spelling en do/does

Makkelijk
Grammatica 10 opgaven

Some / any / much / many

Hoeveelheden aangeven

Makkelijk
Grammatica 16 opgaven

Then of than?

allebei 'dan' in het Nederlands

Makkelijk
Grammatica 10 opgaven

Voornaamwoorden

I / me / my / mine en de rest

Makkelijk
Grammatica 16 opgaven

Wederkerende voornaamwoorden

myself, yourself, himself …

Makkelijk
Grammatica 10 opgaven

Modale hulpwerkwoorden

can / could / must / should / may

Gemiddeld
Grammatica 12 opgaven

Past Continuous

was / were + werkwoord-ing

Gemiddeld
Grammatica 16 opgaven

Past Perfect

had + voltooid deelwoord

Gemiddeld
Grammatica 7 opgaven

Past Simple — verhaaltjes

Zet alle werkwoorden in een tekst in de verleden tijd

Gemiddeld
Grammatica 32 opgaven

Past Simple — vragen & ontkenningen

did / didn't + heel werkwoord

Gemiddeld
Grammatica 12 opgaven

Present Perfect

have / has + voltooid deelwoord

Gemiddeld
Grammatica 10 opgaven

Present Simple & Continuous

Vul de juiste vorm van het werkwoord in

Gemiddeld
Grammatica 10 opgaven

Toekomst: will of going to

Voorspelling, plan of spontaan besluit

Gemiddeld
Grammatica 12 opgaven

Trappen van vergelijking

-er / -est en more / most

Gemiddeld
Grammatica 10 opgaven

Verwarrende woorden

its/it's · there/their/they're · your/you're

Gemiddeld
Grammatica 10 opgaven

Betrekkelijke voornaamwoorden

who / which / that / whose

Grammatica 26 opgaven

Easily confused words

advice/advise, affect/effect, lend/borrow…

Grammatica 24 opgaven

Gerund of to-infinitive

talking of to talk?

Grammatica 10 opgaven

If-zinnen (conditionals)

Zero, first en second conditional

Grammatica 12 opgaven

Past Simple of Present Perfect?

Wanneer gebruik je welke?

Grammatica 16 opgaven

Verwarrende woorden — invullen

Zelf het juiste woord typen (geen keuzes)

Lijdende vorm

Lijdende vorm 16 opgaven

Actief & passief mix — makkelijk

Meerkeuze: kies de juiste vorm

Makkelijk
Lijdende vorm 24 opgaven

Actief of passief?

Herken de lijdende en bedrijvende vorm

Makkelijk
Lijdende vorm 16 opgaven

Actief & passief mix — gemiddeld

Vul zelf de juiste vorm in

Gemiddeld
Lijdende vorm 24 opgaven

Past Simple Passive

The house was built.

Gemiddeld
Lijdende vorm 24 opgaven

Present Simple Passive

The house is built.

Gemiddeld
Lijdende vorm 14 opgaven

Get passive

got + voltooid deelwoord (informeel)

Lijdende vorm 12 opgaven

Lijdende vorm — veelgemaakte fouten

Welke zin is goed?

Lijdende vorm 22 opgaven

Present Continuous Passive

The house is being built.

Lijdende vorm 22 opgaven

Present Perfect Passive

The house has been built.

Lijdende vorm 18 opgaven

Actief & passief mix

Present simple · past simple · present continuous

Lijdende vorm 22 opgaven

Double object passive

She was given a present.

Lijdende vorm 22 opgaven

Future & Modal Passive

It will be / can be / must be built.

Lijdende vorm 14 opgaven

Have something done

iets láten doen: have + ding + deelwoord

Lijdende vorm 27 opgaven

Lijdende vorm — alle tijden

Mix: alle tijden door elkaar

Stepping Stones

Stepping Stones 132 opgaven

Stepping Stones 2 havo/vwo — Chapter 5

Alle woorden van het hoofdstuk

Gemiddeld

Werkwoorden

Werkwoorden 8 opgaven

Het werkwoord 'to be'

De rijtjes: am / is / are en was / were

Starter
Werkwoorden 7 opgaven

Het werkwoord 'to have'

De rijtjes: have / has en had

Starter
Werkwoorden 12 opgaven

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 1

Makkelijk — alleen de verleden tijd

Starter
Werkwoorden 18 opgaven

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 2

Gemiddeld — verleden tijd én voltooid deelwoord

Makkelijk
Werkwoorden 12 opgaven

Regelmatige werkwoorden: -ed

De spelling van de verleden tijd

Makkelijk
Werkwoorden 19 opgaven

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 3

Moeilijk — de lastige rijtjes

Gemiddeld
Werkwoorden 12 opgaven

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 4

Expert — de minder bekende

Werkwoorden 20 opgaven

Voltooid deelwoord trainen

Pittig — alleen het past participle

Werkwoorden 14 opgaven

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 5

Nog meer — zelfde vorm voor past & participle

Woordenschat

Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Dieren

Op de boerderij en in het wild

Starter
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Eten & drinken

In de keuken en aan tafel

Starter
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Familie

Iedereen om je heen

Starter
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Het lichaam

Van hoofd tot voet

Starter
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — In huis

Kamers en meubels

Starter
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Op school

De klas, het rooster en je spullen

Starter
Woordenschat 22 opgaven

Adjectives — tegenstellingen

Het tegenovergestelde bijvoeglijk naamwoord

Makkelijk
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Dagelijks leven

Vertaal van Nederlands naar Engels

Makkelijk
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Kleding

Wat je aantrekt

Makkelijk
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Sport & hobby's

Wat doe je in je vrije tijd?

Makkelijk
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Beroepen

Wat wil jij later worden?

Gemiddeld
Woordenschat 20 opgaven

Woordenschat — Natuur & weer

Buiten en in de lucht

Gemiddeld
Woordenschat 18 opgaven

Woordenschat — Reizen

Op vakantie, op het vliegveld, onderweg

Gemiddeld

Woordvorming

Woordvorming 12 opgaven

Voorvoegsel un- (tegenstellingen)

happy → unhappy

Starter
Woordvorming 12 opgaven

Achtervoegsels -ful en -less

careful / careless

Makkelijk
Woordvorming 12 opgaven

Bijwoorden met -ly

quick → quickly

Makkelijk
Woordvorming 12 opgaven

Personen: -er / -or / -ist

teach → teacher

Gemiddeld
Woordvorming 12 opgaven

Zelfstandige naamwoorden maken

-tion / -ment / -ness

Gemiddeld
Woordvorming 12 opgaven

Negatieve voorvoegsels

un / in / im / ir / il / dis

Woordvorming 12 opgaven

Woordvorming in zinnen

Maak de juiste vorm van het woord

Hoe werkt het

Drie stappen

  1. 01

    Kies een set

    Pak een onderwerp uit de inhoudsopgave dat past bij wat je leert op school.

  2. 02

    Oefen met feedback

    Vul je antwoord in en controleer het meteen. Fout? Je ziet direct het goede antwoord.

  3. 03

    Maak de toets

    Test jezelf zonder hints. Aan het eind krijg je je score én een Nederlands cijfer.