← Inhoudsopgave

Lijdende vorm · uitleg

Present Simple Passive

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Gebruik de present simple passive voor feiten, gewoontes en algemene waarheden in de tegenwoordige tijd.

Kies 'is' bij een enkelvoudig onderwerp en 'are' bij een meervoudig onderwerp.

Vorm is / are + voltooid deelwoord

Enkelvoud → is

  • Rice is grown in Asia.
  • English is spoken here.

Meervoud → are

  • These cars are made in Japan.
  • The rooms are cleaned daily.

Van actief naar passief

  • Active: People speak English.
  • Passive: English is spoken.

Let op Ken het deelwoord van onregelmatige werkwoorden: speak → spoken, make → made.