Woorden die hetzelfde klinken maar verschillend zijn — een veelgemaakte fout.
it's / its
it's = it is; its = van het.
- It's raining.
- The dog hurt its paw.
there / their / they're
- there = daar/er
- their = hun
- they're = they are
your / you're
- your = van jou
- you're = you are
Let op Een apostrof betekent twee woorden samen: it's, they're, you're.