← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Verwarrende woorden

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Woorden die hetzelfde klinken maar verschillend zijn — een veelgemaakte fout.

it's / its

it's = it is; its = van het.

  • It's raining.
  • The dog hurt its paw.

there / their / they're

  • there = daar/er
  • their = hun
  • they're = they are

your / you're

  • your = van jou
  • you're = you are

Let op Een apostrof betekent twee woorden samen: it's, they're, you're.