← Inhoudsopgave

Werkwoorden · uitleg

Onregelmatige werkwoorden · Niveau 2

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Nu allebei de lastige vormen: de verleden tijd (past simple) én het voltooid deelwoord (past participle).

Past simple

Voor een zin in de verleden tijd.

  • I saw a film yesterday.

Past participle

Na have/has en in de lijdende vorm.

  • I have seen it.
  • It was eaten.

Let op be → was/were → been; go → went → gone; do → did → done.