← Inhoudsopgave

Werkwoorden · toets

Het werkwoord 'to have'

Beantwoord alle 7 vragen en lever in. Geen hints, geen tussentijdse feedback — net als bij een echte overhoring.

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets
Vraag 1

to have — tegenwoordige tijd · present simple

Vraag 2

to have — verleden tijd · past simple

Vraag 3

She       a new bike.

Vraag 4

They       a party last week. (past)

Vraag 5

I       breakfast at eight every day. (present)

Vraag 6

We       a great time yesterday. (past)

Vraag 7

      he got a car?

Je antwoorden worden nagekeken op de server.