← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Easily confused words

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Veel Engelse woorden lijken op elkaar of betekenen iets bijna hetzelfde, en worden daarom vaak verward. Let op de betekenis én de woordsoort: is het een zelfstandig naamwoord of een werkwoord?

Zelfstandig nw vs werkwoord

advice (znw) ↔ advise (ww); effect (znw) ↔ affect (ww).

  • Give me some advice.
  • I advise you to rest.
  • It had an effect.
  • It affects you.

Richting: borrow / lend, bring / take

borrow = lenen ván; lend = lenen áán. bring = hierheen; take = daarheen.

  • Can I borrow your pen?
  • Can you lend me a pen?

say vs tell

tell + persoon; say (zonder persoon, vaak + that).

  • He told me a story.
  • She said that she was tired.

Spelling-valkuilen

  • lose (verliezen) ↔ loose (los)
  • then (toen/daarna) ↔ than (vergelijken)
  • quiet (stil) ↔ quite (best/nogal)

Let op Lees de hele zin: de betekenis bepaalt welk woord je nodig hebt.