← Inhoudsopgave

Grammatica · oefenmodus

Betrekkelijke voornaamwoorden

who voor personen, which voor dingen/dieren, that voor allebei, whose voor bezit (van wie). Kies het juiste woord. Lees eerst de uitleg →

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

0 / gekend