Werkwoorden als give, send, tell, offer, show en pay hebben twee voorwerpen: aan wie (persoon) en wat (ding). Daardoor kun je twéé passieve zinnen maken.
In het Engels begin je meestal met de persoon.
Vorm
persoon + was/were + deelwoord + ding
Persoon eerst (gebruikelijk)
- Active: They gave Tom a prize.
- Passive: Tom was given a prize.
Ding eerst (met to)
- A prize was given to Tom.
Andere tijden
- I have been given a chance.
- You will be sent the tickets.
Let op Bij de persoon-versie blijft het ding achter het deelwoord staan: She was offered the job.