← Inhoudsopgave

Werkwoorden · uitleg

Het werkwoord 'to be'

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

to be (zijn) is het belangrijkste werkwoord van het Engels. Je gebruikt het overal, dus de rijtjes moet je echt uit je hoofd kennen.

Tegenwoordige tijd

am / is / are.

  • I am
  • he / she / it is
  • you / we / they are

Verleden tijd

was / were.

  • I / he / she / it was
  • you / we / they were

Vraag & ontkenning

Zet 'to be' vooraan voor een vraag; zet 'not' erachter om te ontkennen.

  • Are you ready?
  • She isn't here.

Let op Bij he/she/it gebruik je is (heden) en was (verleden) — enkelvoud.