← Inhoudsopgave

Grammatica · uitleg

Past Continuous

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

Past continuous (was/were + werkwoord-ing) = iets was bezig in het verleden.

Vorm was / were + werkwoord-ing

Vorm

  • I was watching TV.
  • They were playing.

Vaak met when / while

Een langere handeling die onderbroken werd.

  • While I was cooking, the phone rang.

Let op I/he/she/it → was; you/we/they → were.