Een voorvoegsel (prefix) staat vóór een woord. Met un- maak je vaak het tegenovergestelde.
un- = niet
- happy → unhappy
- kind → unkind
- fair → unfair
Let op Niet elk woord krijgt un- (impossible, incorrect) — dat oefen je bij 'Negatieve voorvoegsels'.
Een voorvoegsel (prefix) staat vóór een woord. Met un- maak je vaak het tegenovergestelde.
Let op Niet elk woord krijgt un- (impossible, incorrect) — dat oefen je bij 'Negatieve voorvoegsels'.