Voor ontkenningen en vragen in de past simple gebruik je het hulpwerkwoord 'did' (de verleden tijd van 'do').
Belangrijk: na 'did' en 'didn't' komt het héle werkwoord — dus geen verleden tijd meer. De verledenheid zit al in 'did'.
Vorm
ontkennen: didn't + heel werkwoord · vraag: did + onderwerp + heel werkwoord
Ontkennen: didn't + heel werkwoord
- I didn't go.
- She didn't see it.
Vraag: did + onderwerp + heel werkwoord
- Did you go?
- Where did he live?
Met to be: was / were
Bij 'to be' gebruik je geen did.
- Was he there?
- They weren't ready.
Let op Na did/didn't altijd het hele werkwoord: Did you SEE it? (niet 'saw').