← Inhoudsopgave

Grammatica · oefenmodus

Past Perfect

De past perfect gebruik je voor de gebeurtenis die nóg eerder was dan een ander moment in het verleden: had + voltooid deelwoord. Tussen haakjes staat het hele werkwoord; vul de juiste vorm in. Bij 'ontkennend' maak je er had not / hadn't van. Lees eerst de uitleg →

  1. 1Uitleg
  2. 2Oefenen
  3. 3Toets

0 / gekend