Wederkerende voornaamwoorden eindigen op -self (enkelvoud) of -selves (meervoud). Je gebruikt ze als het onderwerp en het voorwerp dezelfde persoon of zaak zijn: 'He cut himself' (hij snijdt zichzelf).
Elk persoonlijk voornaamwoord heeft zijn eigen vorm. Let vooral op 'you': in het enkelvoud is het yourself, in het meervoud yourselves.
Met 'by' betekent een wederkerend voornaamwoord 'alleen' of 'zonder hulp': 'I did it by myself' (in mijn eentje).
De vormen
-self in het enkelvoud, -selves in het meervoud.
- I → myself, you → yourself, he → himself, she → herself
- it → itself
- we → ourselves, you (meervoud) → yourselves, they → themselves
Onderwerp en voorwerp zijn dezelfde
De handeling keert terug naar het onderwerp.
- She made herself a cup of tea.
- They blamed themselves.
- Agnes looked at herself (zichzelf) ≠ at her (iemand anders)
by + -self = alleen / zonder hulp
- Why don't you go by yourself?
- The children made dinner by themselves.
Let op: you enkelvoud vs meervoud
Eén persoon = yourself, meer personen = yourselves.
- John, did you hurt yourself?
- Help yourselves, everyone!
Let op Bij gewone dagelijkse handelingen gebruik je meestal géén wederkerend voornaamwoord: 'She washed and dressed' (niet: washed herself), tenzij je nadruk wilt leggen.