Gebruik de present perfect passive voor iets dat (net) is gebeurd, met een gevolg voor nu.
Kies 'has been' bij enkelvoud en 'have been' bij meervoud.
Vorm
has / have been + voltooid deelwoord
Enkelvoud → has been
- My car has been stolen.
- The work has been finished.
Meervoud → have been
- All the tickets have been sold.
Ontkennend
- The letters haven't been written yet.
Let op Drie delen: has/have + been + deelwoord.